Meer met beleggen

8,7
276 reviews
Voor elke
type belegger
Ook met een
klein bedrag
De eerste stap
naar rendement

Spaargeld

Elise van Beek | 17/05/2022 | Advertorial

Een spaarpot voor tegenslagen; hoe groot moet deze zijn?

Uit onderzoek blijkt dat 6 op de 10 Nederlanders verwacht lastiger rond te kunnen komen vanwege de oplopende energieprijzen. Een spaarpot voor eventuele tegenslagen wordt nu dus belangrijker dan ooit. Maar, hoe groot moet deze spaarpot eigenlijk zijn?

Moeite met prijsstijgingen

Gemiddeld gezien is de variabele prijs voor elektriciteit in slechts een jaar tijd met zo’n 500% gestegen. Dit werd gemeld door prijsvergelijker PriceWise. Ook zien we dat prijzen van andere essentiele producten zoals brood, groenten, fruit en benzine flink aan het stijgen zijn. De inflatie is  inmiddels dan ook toegenomen tot zo'n 7,7% op jaarbasis.

Deze prijsstijgingen komen voor velen hard aan. Zo geeft 60% van de Nederlanders aan lastiger rond te kunnen komen door de stijgende energieprijzen. Dit blijkt uit een enquête van het platform Wijzer in Geldzaken.

Nederland spaart niet goed

Het hebben van een spaarpot voor onverwachte uitgaven is daarom belangrijker dan ooit. Wanneer je het namelijk al lastig hebt om maandelijks rond te komen, kan slechts een kleine tegenslag je direct in de problemen brengen. Een goed opgebouwde buffer biedt daarom wat ademruimte indien je te maken krijgt met een tegenslag.

In Nederland blijken we hier echter niet al te goed in. Zo blijkt uit een ander onderzoek van Wijzer in Geldzaken dat 1 op de drie Nederlanders niet voldoende spaargeld in bezit heeft om een onverwachte uitgave van €2.000 te kunnen financieren. Krijg je dus te maken met een onverwachte belastingaangifte, kapotte auto of lekkage dan heb je direct een groot probleem.

Het eerste potje: Tegenslagen

In theorie moet je rekening houden met drie verschillende zaken waar je voor dient te sparen. Als eerste is er een spaarpot nodig voor onverwachte tegenslagen die je op moet kunnen vangen, zónder dat je hiervoor bij moet lenen. Hierbij kun je denken aan een autoreparatie, gebreken in je woning of andere onverwachte rekeningen.

De hoogte van de buffer die je moet hebben is afhankelijk van jouw huidige persoonlijke situatie. Wanneer je een woning huurt, hoef je bijvoorbeeld minder geld opzij te zetten dan wanneer je de eigenaar van een woning bent die veel onderhoud vereist. En wanneer je bijvoorbeeld als autobezitter ook prima vooruit kunt met een fiets, is het wellicht ook niet nodig een spaarpotje te hebben voor wanneer je auto total-loss wordt verklaard.

Ter indicatie heeft Nibud een rekentool ontwikkeld die bepaalt hoeveel geld je achter de hand dient te hebben. Hiermee kun je een goede indicatie krijgen van hoe groot jouw buffer zou moeten zijn.

De uitkomst zal wellicht wel wat hoger uitvallen dan van te voren gedacht. Zo heeft een alleenstaande, wonend in een huurhuis, zonder kinderen, zonder auto volgens Nibud minimaal €5.000,- nodig. Wanneer je in het bezit bent van een tweedehands auto wordt dit bedrag al gauw €9.750,-. Heb je ook nog eens kinderen en ben je in het bezit van een koophuis? Ga dan maar uit van een bedrag met minimaal vijf cijfers.

Vervolgens zul je je buffer constant aan moeten vullen. Hiervoor raad Nibud aan om maandelijks 10% van je netto inkomen opzij te zetten.

Behaal rendement, ook wanneer de rentes laag zijn!

In tijden van inflatie en lage rentes bij de Nederlandse grootbanken is het lastig om je spaargeld te laten groeien. Echter is het altijd een goed idee om een goede buffer achter de hand te hebben, juist voor op de lange termijn. Meer weten over de mogelijkheden? Vraag de gratis brochure aan om rustig thuis door te nemen. 

Het tweede potje: Voor wanneer je inkomen daalt

Naast het potje voor onverwachte uitgaven is het ook verstandig een potje te hebben voor calamiteiten als bijvoorbeeld werkloosheid en echtscheidingen. Hierbij moet je proberen om voldoende spaargeld in bezit te hebben om minimaal 4 tot 6 maanden vooruit te kunnen.

Het exacte bedrag is afhankelijk van je persoonlijke situatie. Wanneer je maandelijks veel uitgeeft zul je meer opzij moeten hebben staan dan wanneer je een zuinig uitgavenpatroon hebt. Tenzij je gemakkelijk in de kosten kunt snijden wanneer dat nodig is. Tweeverdieners in loondienst hebben bijvoorbeeld een lager potje nodig dan een zzp-er omdat zij terug kunnen vallen op het extra inkomen van de ander.

Gelukkig zijn er manieren waarbij je niet het volledige bedrag bij elkaar gespaard hoeft te hebben. Zo kun je jezelf ook verzekeren tegen calamiteiten. Zo bestaat er bijvoorbeeld het broodfonds voor zzp-ers. Zij kunnen zich zo tegen een relatief lage prijs verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Of denk bijvoorbeeld aan een overlijdensrisicoverzekering, die bij overlijden de partner een hoop financiële steun zal bieden.

Het derde potje: Langetermijndoelen

Als laatste is er het potje dat je nodig gaat hebben voor de toekomst. Dit zijn geen (onverwachte) tegenslagen, maar wel een erg belangrijk doel om wat geld voor opzij te zetten.

Ben je bijvoorbeeld van plan om een huis te gaan kopen? Dan dien je er rekening mee te houden dat je enkel de woningwaarde mag lenen. De extra kosten zoals die van een notaris, inrichting en overdrachtsbelasting dien je zelf te betalen. Het gaat dan al gauw over zo’n 4 tot 6% van de woningwaarde. Betaal je daarnaast meer dan waarvoor het huis getaxeerd is? Ook dat bedrag dient uit eigen zak te komen. Het is daarom tegenwoordig ook noodzakelijk om een flink bedrag te hebben gespaard voordat je op zoek gaat naar een koophuis.

Wanneer je hebt besloten om kinderen te nemen, zal het bedrag nog verder oplopen. Houd bijvoorbeeld rekening met kinderopvang, verjaardagen, kleding, contributie voor sportclubs etc. Dit zal namelijk een flinke hap nemen uit het gezinsbudget. Vaak zal het inkomen van de ouders gelijktijdig ook dalen, gezien deze bij de komst van een kind doorgaans parttime willen gaan werken.

Wanneer je kind wilt gaan studeren zul je wellicht wel bij willen springen voor zijn of haar studie. Uiteraard is er de studiefinanciering die hopelijk terug zal keren, maar dat bedrag is helaas te laag om het volledige bedrag te kunnen dekken.

Tot slot is er nog je pensioen. De hoogte van je pensioensvoorziening is steeds minder gegarandeerd. Dit terwijl de zorgkosten steeds hoger worden. Daarnaast hebben velen een “pensioensgat” doordat ze parttime zijn gaan werken of veelvoudig een tijdelijk contract hebben gehad.

Het is daarom verstandig ook hiervoor een goede buffer op te bouwen. Maak daarom een overzicht van je spaardoelen en reken daarvoor uit hoeveel je nodig denkt te hebben. Bereken vervolgens terug hoeveel je maandelijks opzij moet leggen. Het bedrag is natuurlijk afhankelijk van hoe je wenst dit vermogen op te gaan bouwen. Beleggen is doorgaans de snelste manier van sparen. Echter gaat het behalen van een hoog rendement doorgaans wel gepaard met enkele risico’s.